Bolwol
Je bent niet ingelogd! >=O Foei! Ga je snel inloggen jij!
Als je al een account hebt althans, anders moet je even een aanmaken en wachten tot ik die goedkeur 0=3

Bolwol

Daar waar bolletjes wollig blijven.
 
IndexRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Lairds Levensloop

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Ssiem
Inspiratieloos >=O
avatar

Aantal berichten : 285
Registratiedatum : 23-09-14
Leeftijd : 123
Woonplaats : Leiden

BerichtOnderwerp: Lairds Levensloop   zo 30 okt 2016 - 12:10

Laird Ocelot Cillan Incánus
Buwan 10. 5618 [10 januari]
Geboren op Winter


Wat allereerst wel gezegd mag worden, is dat Laird een serieus jongetje was als kind. Hij begreep van kleins af aan al het belang van regels en afspraken, maar hij vond dan ook al gauw dat hijzelf het beste was in zich aan dergelijke dingen houden. Degene tegen echter zonder uitzondering overal de beste in was, misschien wel meer nog dan zijn vader, was zijn oudste broer Ilias. Laird volgde hem overal - tot Ilias natuurlijk gedwongen was om naar Zomer te vertrekken, waar Laird hem niet kon volgen. Na het vertrek van Ilias (Laird was vijf jaar oud) duurde het dan ook een tijd voor Laird weer de oude was. In afwezigheid van zijn oudste broer was het alleen maar makkelijker voor Laird om het beeld van hem nog mooier te maken, maar hij hield er nog iets anders aan over, namelijk een afkeer voor veranderingen. Vanaf dat moment wilde Laird dat alles exact hetzelfde bleef - behalve dat hij zelf zo snel mogelijk op zou groeien, zodat iedereen hem eindelijk serieus zou nemen.
Het bleef dan ook een pijnlijk punt voor Laird dat hun moeder meerdere keren per jaar haar oudste zoon op bleef zoeken, maar hij kon zijn geluk niet op toen hij een keer mee mocht. Op het vreemde Zomer klampte hij zich misschien nog wel meer aan Ilias vast dan ze van hem gewend waren. Aan het warme weer kon hij echter maar niet wennen en de terugkeer naar Winter vormde een groot dilemma voor de kleine Laird. Toch leken alle problemen die een jongetje van zeven maar konden kwellen in het niet te verdwijnen naast het nieuws dat hun moeder was gestorven op Zomer. Opnieuw een onomkeerbare verandering. Ze reisden af naar Jaargetij voor de begrafenis, maar Laird zou zich later maar weinig kunnen herinneren van zijn eerste bezoek aan het land. Hij trok zich terug in zijn boeken en verhalen en wilde niet langer met zijn broer of zusjes spelen. Het enige wat hem nog uit zijn schulp kon halen was een bezoek van Ilias.  
Na hun moeders overlijden was de eerstvolgende grote verandering de komst van Absolon, toen Laird acht jaar was. Absolon was de erfgenaam van de familie D’Arlay, en gezien de politieke situatie tussen verscheidene adellijke families op scherp stond, leek het de familie D’Arlay verstandig om hun jonge erfgenaam op een veilige plek onder te brengen. Laird vond het allemaal maar niks, dat jongetje met zijn rare hondje, die geen idee hadden van hoe het allemaal hoorde bij de Incánussen thuis. Alles leek plots om hem te draaien. Zelfs Absolons moeder verbleef nog een tijdje te huize Incánus, om de overgang voor Absolon makkelijker te maken.
Laird en Absolon verschilden ongeveer een jaar in leeftijd (met Laird als de oudste), in Lairds ogen een enorm verschil, maar wat tot zijn grote schrik leek te betekenen dat hij Absolons vriend moest worden. In het begin was iedere omgang met deze indringer dan ook met grote tegenzin. Absolon was hyper en brutaal waar Laird kalm en ernstig was, maar vreemd genoeg leken alle volwassenen te hopen dat het juist een goede uitwerking op Laird zou hebben. Helaas ging dat op een andere manier dan verwacht.
Om Absolon te bewijzen dat hij niet alleen een boekenworm was, besloot Laird om op een heldere dag met Absolon naar buiten te gaan. Vanwege de spanningen die tijd, waren geen van de Incánus kinderen toegestaan om alleen naar buiten te gaan, behalve als het om de binnenplaats van het landhuis ging. Laird merkte echter dat hij er meer dan van genoot om deze regel te breken en samen met Absolon buiten te ravotten. Het plezier was echter snel voorbij toen het hondje van Absolon een bevroren vijver over rende, met de jongens er achter aan. Absolon rende voorop en zakte als eerste door het ijs. Laird wist nog op tijd terug op de kant te komen voor ook hij door het ijs zakte. Iedere poging van Absolon om terug op het ijs te klimmen resulteerde in het verder afbreken ervan, en met het water tot zijn borst verloor hij snel energie. Laird haastte zich zo snel hij kon terug naar het landhuis, om halverwege al de mannen tegen te komen die erop uit waren gestuurd om de twee jongetjes te zoeken. Laird stond erop om te blijven terwijl Absolon uit de vijver werd gevist. Thuis stond hem een fikse preek van zijn vader te wachten.
De volgende dag verscheen Absolon nog altijd niet aan het ontbijt, gezien hij ziek was geworden van de tijd die hij in het koude water had doorgebracht. Laird, die het zeer oneerlijk vond dat hij straf kreeg en Absolon alleen maar in bed moest blijven, besloot Absolon te pesten door zijn boeken mee te slepen naar Absolons kamer en hardop te studeren, want ja, Absolons moest ook bij blijven met zijn lessen.
De volgende dag verscheen Laird echter ook niet aan het ontbijt, ook hij in bed met hevige koorts. Schoorvoetend werd het toegelaten dat de jongens bij elkaar op een kamer worden ondergebracht. Met kaartspelletjes en malle heldenverhalen kwamen ze de tijd door, Lairds boeken vergeten, en zodra ze allebei toestemming hadden gekregen om weer uit bed te gaan, bleek al gauw dat ze opeens onafscheidelijk waren geworden.
Enige tijd verstreek en nieuws over Absolons familie bleef alles behalve positief. Absolon leek iets van zijn hyperheid te verliezen en zo nu en dan kreeg hij last van nachtmerries, wat tot slapeloze, met heimwee gevulde nachten leidde. Laird probeerde op geheel eigen wijze zijn vriend op te vrolijken - door het volledig te negeren en hem af te leiden met verhalen uit Winters rijke geschiedenis, verhalen over later en wat ze wel niet voor belangrijke figuren zouden worden, en verhalen over Ilias, de ontzagwekkende grote broer die vast gauw langs zou komen.
De bezoeken van Ilias en een (stiekem?) uitstapje naar een poppenvoorstelling over Absolons favoriete mythische held waren verder de voornaamste gebeurtenissen van die periode. Uiteraard hadden Laird en Absolon ook niet geleerd van hun eerste privé uitstapje naar buiten en deden dit nog vele keren, telkens vernuftigere manieren vindend om naar buiten te glippen.
Er vond een omslag plaats in het jaar dat Absolon en Laird rond de 11/12 jaar oud waren. Ze waren er weer tussenuit geglipt, om samen met Absolons hondje op onzichtbare vijanden te jagen, toen ze plots een paard zonder ruiter vonden rondlopen op het terrein van de Incánussen. Toen ze het spoor van het paard terug volgden, vonden ze de ruiter, wat ze liever niet hadden gedaan. De man was gewond en er slecht aan toe. Absolon gebruikte het paard om snel hulp te halen bij het huis en binnen korte tijd was de man naar het huis gehaald om verzorgd te worden. Ze waren er op tijd bij om zijn leven te redden, maar er was geen tijd voor feestvreugde.  Iedereen wist dat zijn komst niet veel goeds betekende, de vraag was slechts nog hoe erg het was.
De man was een boodschapper afkomstig van huize D’Arlay, waar niet lang geleden een aanslag uit naam van de Yithmours had plaatsgevonden. Het huis was in brand gestoken, nadat de inwoners allen waren gedood. De man was onderweg (of bij het ontvluchten van het huis?) geraakt door een vijandige pijl en had ternauwernood het land van de Incanussen weten te bereiken, om het vreselijke nieuws over te brengen. Absolons moeder was ook bij de aanslag omgekomen, al had zijn vader weten te ontkomen.
Dit nieuws werd uiteraard eerst aan Lairds vader overgebracht. Die bracht op zijn beurt het nieuws over op Laird en Absolon, waarop Absolon meteen luid en duidelijk zijn haat jegens de Yithmours verklaarde. Zodra hij echter berispt werd vanwege zijn grove taal, viel Laird zijn vriend bij en betuigde dat ook hij de Yithmours vanaf nu zou haten.
Vanaf dat moment was het hypere jongetje dat Absolon eens was, nergens meer te bekennen. Laird was de enige die Absolon ooit heeft zien huilen om zijn verloren familie, om het feit dat hij zijn moeder nooit meer zou zien, want voor de buitenwereld verborg hij sindsdien alles van wat er in hem omging. Met een ongekende gedrevenheid stortte Absolon zich op zijn trainingen, om zowel lichamelijk als in het gebruik van magie krachtiger te worden. Enige theoretische studies liet hij zoveel mogelijk links liggen, in tegenstelling tot Laird. Die was bezig met zijn eigen strijd tegen Winters gebreken, en leek vastbesloten dat hij die allemaal zou kunnen aanpakken door te beginnen met ze door en door te begrijpen. Al snel vond hij zijn grote interesse, namelijk de rechten.
Laird was de eerste van de twee die volwassenheid bereikte. Hoezeer hij het ook wilde, hij was uitgesloten van de proef die alle andere Winterjongens moesten doorstaan, slechts vanwege de achternaam die hij droeg. Natuurlijk was er ook voor de Incánusjongens een proef, die Laird zonder al te veel moeite doorstond, maar Laird bleef ontevreden. Zeker nadat hij de volwassen leeftijd van 16 had bereikt en zich klaarmaakte op het leven als student, buiten het ouderlijk huis, stuitte hij vaker en harder op de muur tussen de Incánussen en de rest van de Winterse samenleving.
Absolon mocht zolang hij maar wilde bij de Incánussen blijven wonen, maar deed dit vooral omdat zijn vader dat liever had (?). Zodra ook hij echter 16 jaar werd en volwassen was, begon hij zijn eigen plan te trekken. Absolon slaagde met vlag en wimpel voor de Winterse proef, iets wat een pijnlijk, maar onbesproken punt tussen hem en Laird bleef. Terwijl Laird naar de hoofdstad was vertrokken en zich op de studie rechten had gestort, wachtte Absolon geen moment en voegde zich bij het Winterse leger.
Beide jongens zagen elkaar in die periode maar sporadisch, ook al hielden ze wel contact (Lairds brieven uiteraard veel langer dan die van Absolon). Lairds tijd als student leek een eeuwige strijd - vetes, vooroordelen en dingen als naam en positie onherroepelijk uitvergroot onder de jeugdige studenten die voor het eerst zelfstandigheid en hun eigen macht proefden. Slechts met de grootste moeite wist Laird een mentor en beschermheer te vinden, om hem te helpen de juiste contacten te leggen binnen het doolhof dat de wereld van de Winterse wet was.
Zowel Laird als Absolon waren erg onervaren en weinig succesvol als het op de liefde aankwam, al werd er natuurlijk met de nodige meisjes op nodige uitjes gedanst en geflirt. Er moesten ongeveer twee jaar verstrijken voordat Absolon pas toe wilde geven dat hij absoluut geen geweldige tijd had bij het leger, zoals hij altijd had doen blijken. Hij was te koppig om van zijn fouten te leren, te trots om voor zijn meerderen te buigen. Laird wist ook wel te gokken dat aanvaringen met enige Yithmours er mee te maken zou kunnen hebben. Absolon kwam hem steeds vaker opzoeken, waarbij ze lange discussies voerden over wat er allemaal wel niet mis was met de Winterse samenleving en hoe ze deze zouden veranderen.
Laird nam het totaal niet serieus toen Absolon plots over wraak begon te spreken. Zelfs hij wist niet dat dit idee Absolon nooit had losgelaten sinds hij het nieuws over zijn familie had gehoord en dat hij nooit gestopt was met het haten van iedere Yithmour die er op Winter rondliep. Laird dacht niet dat er ook maar iemand zou zijn die Absolons wraakzucht serieus zou nemen en had er steeds minder geduld voor.
Maar toen brachten Absolon en een groepje anderen het plan in uitvoering. Een aanslag op de Yithmours, dat uitdraaide op een grote mislukking en de dood van Absolon en zijn kameraden. Pas toen het nieuws Laird bereikte, begreep hij dat Absolon op de vooravond van het plan hem opgezocht had om hem om advies te vragen, maar dat hij Absolon zonder meer had afgewimpeld.
Op het eerste gezicht leek het alsof er voor Laird daarna niet veel veranderde, behalve dat zijn brief correspondentie er een stuk saaier op leek te zijn geworden. Hij bleef zich volledig storten op zijn studie, met slechts zo nu en dan een bezoek aan thuis. Hij studeerde met absoluut excellente cijfers af (zelfs de anti-Incánus professoren konden daar geen stokje voor steken), maar nam nog geen moment rust en moest en zou een absoluut excellente advocaat worden. Dat niet alleen, hij zou iedereen doen inzien hoe het anders kon, hoe het beter kon, hoe Winter beter kon doen. Een Winter waarin zijn beste vriend nog geleefd zou hebben.
En net als Absolon weigerde hij op te geven, weigerde toe te geven, worstelde blind verder tot het zo ver was dat er niets anders op leek te zitten dan een wanhoopsdaad. Want ook al was hij volwassen, een Winterman in alle opzichten, afgestuurd en wel, nog steeds werd hij niet serieus genomen. Hij kon zich aan alle regels en afspraken houden, béter dan anderen dat konden, maar die anderen hoefden zijn naam maar te horen en het was gedaan. Zijn voorstellen werden van tafel geveegd, zijn pleidooien genegeerd of expres verkeerd opgevat, op ieder miniem foutje werd hij meedogenloos afgestraft. In plaats van een helpende hand werd er een been uitgestoken om hem te laten struikelen, om iedereen hem op zijn gezicht te laten zien gaan.
Ongetwijfeld hield hij het langer vol dan iedereen had gedacht, gehoopt of gevreesd, maar rond zijn dertigste was Laird op. Hij was ontdaan van ieder restje strijdkracht dat hem nog restte. Zijn doelen waren mislukt en Winter had zich niets, maar dan ook niets van zijn plannen aangetrokken. Dus van de ene op de andere dag, misschien wel de meest onvoorbereide beslissing die hij ooit had genomen, verliet Laird Winter en ging naar Zomer, om zijn broer Ilias te bezoeken.
Misschien werd toen pas werkelijk duidelijk hoe verschillend de broers waren opgegroeid en hoezeer ze nu van elkaar verschilden. Laird wist zijn draai niet te vinden op Zomer, kon niet aan Ilias uitleggen wat er mis was, hoe veel die het ook vroeg. Maar teruggaan naar Winter kon hij ook nog niet. Toen hij Ilias echter eens vergezelde naar Jaargetij (of misschien een bezoek wilde brengen aan zijn moeders graf), kreeg Laird het gevoel dat hij eindelijk in de buurt was van waar hij naar zocht, al wist hij zelf niet eens precies wat dat was. Op Jaargetij leken alle kinderen buiten te spelen. De naam Incánus leverde hem geen onaangename blikken op, maar juist een hartelijk welkom. Het was niet zoals Winter, niet zoals Zomer, maar juist alles wat zich daar tussenin bevond. Laird kon er hier en daar zijn geliefde, verloren Winter in zien, kon er Ilias’ geliefde Zomer in zien. Hij bezocht Jaargetij vaker en vaker, om zich in het land te verdiepen.
Toen hij ongeveer 34 jaar oud was, ontmoette hij de jonge prins van Lente, Reghan. Misschien deed die hem wel denken aan Absolon, of hoe Absolon had moeten zijn geweest als die de naam Yithmour nooit was tegengekomen - hoe het ook zij, er ontstond een bijzondere vriendschap tussen de twee. Al zag Laird het in het begin als niet meer dan het mentorschap van een veelbelovend jongeman, in die tijd was het misschien wel juist Reghan die Laird meer hielp dan andersom. Waar zelfs Ilias Lairds duistere gemoed niet had kunnen verlichten, lukte Reghan dat wel. Het was of hij na al die jaren Winter eindelijk pas echt achter zich begon te laten en hij besloot een poos op Jaargetij te blijven. Het werk dat hij verzette op Jaargetij werd gewaardeerd, toegejuicht zelfs. Hij begon weer het plezier van de uitdaging in te zien, de eeuwige frons begon van zijn gezicht te verdwijnen, ook al kwam daar dan geen brede lach voor in de plaats.
Tegenstrijdig genoeg betekende het uitbreken van de oorlog geen tegenslag voor Laird, maar een extra zet in de goede richting. De wereld was in crisis, maar voor Laird was de keus gemaakt - teruggaan naar Winter was geen optie meer. Op Jaargetij was er meer te doen dan ooit. Hij zou blijven en dit land zo goed en zo kwaad het ging door deze crisis helpen.
Terwijl de oorlog alles behalve aanstalten maakte om te stoppen, was Laird in zijn element. En het was toen, rond zijn veertigste, dat hij Ryna leerde kennen. Zij was op dat moment 21, en beide hadden de nodige vooroordelen over elkaar, net zoals geen van hen beide de bedoeling had verliefd op de ander te worden. Ryna’s vriendinnen zagen met lede ogen aan hoe ze steeds vaker omging met iemand zoveel jaren ouder dan zij, maar Ryna was juist geïntrigeerd door zijn ervaring, zijn passie voor zijn werk en donkere humor. Zij was op dat moment beginnend lerares en ook niet op haar mondje gevallen. Laird verloor zijn hart aan haar makkelijke lach en scherpe tong. Het duurde niet lang voor de twee trouwden, een en al geluk in een wereld beheerst door oorlog.
Een kindje leek hen echter niet gegund. Het duurde nog een zeker aantal jaren voor Ryna pas op haar 27ste zwanger raakte. De bevalling van kleine Siorrin verliep echter zo moeilijk, dat de kans heel groot was dat een volgend kindje haar het leven zou kosten. Dus koesterden en verwenden Ryna en Laird hun jonge zoontje met volle overgave.
Toen vond die zwarte dag in Jaargetijse geschiedenis plaats. In één klap verloor het land haar koning, koningin en prinses. Laird verloor voor de tweede keer zijn beste vriend. Zijn frons keerde terug terwijl zijn hart zich verhardde tegen de buitenwereld, klaar met de tegenslagen die het te verduren kreeg. Deze keer was er niemand om hem er weer bovenop te helpen. Ilias kon hem niet helpen, Ryna niet, de jonge Sion niet, zelfs zijn werk niet. Langzaamaan begroef Laird zijn verdriet en schuldgevoel steeds dieper, besteedde meer en meer tijd aan zijn taken als regent maar met nog niet de helft van de warmte of passie die hem deze positie hadden opgeleverd. Hij werkte slechts nog om goed te maken wat verkeerd was, zonder te weten hoe, zonder te weten wanneer fout weer goed zou zijn.
Terug naar boven Go down
 
Lairds Levensloop
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Bolwol :: Informatie-
Ga naar: